De sneeuwman

De sneeuwman had een plan
Hij nam opeens mijn linkerhand
En zwijgend steeg hij op, we vliegen over ’t land
Dit heb ik vaak gedroomd, maar nu gebeurt het dan toch heus
Hoe noem je nou zoiets, ‘k geloof mysterieus

De aarde rolt en tolt
De wereld is een toverbal
Ik wentel en ik zweef en weet dat ik niet val

Wie ons ziet door het raam gelooft zijn ogen niet
Want we zijn voor je ‘t weet al in ’t verschiet

We vliegen op de wind
We vliegen door de lichte nacht
Het ijs is wonderwit, de lucht zo wonderzacht

Plotseling wat een ding ruist daar uit de zee
Maar ’t is goed want hij groet met zijn staart ons twee

Ik kijk mijn ogen uit, het einde is nog niet in zicht
En ergens in de verte straalt het noorderlicht